- 25 mei 2025
- Alfons
- 0 reacties
Samen met m’n dochter sta ik stil aan de rand van de Grote Markt. Voor ons op het plein wordt een demonstratie mars ingeleid door sprekers. Er druppelen nog steeds mensen binnen. Sommigen dragen borden met teksten waarvan de rode draad ‘solidariteit’ is, voor iedereen. Het begroot me. De mensen komen samen omdat er onrecht in hun ogen geschiedt. Ze zeggen dat er haat en angst wordt gezaaid en zij willen liefde. Ze halen het politieke landschap aan en zijn berichtgeving die geënt is op het creëren van een angstcultuur. ‘We zijn allen mens,’ luidt een leus, maar de angstcultuur maakt er een wij | zij maatschappij van.
Wie zijn wij en zij als we allen mens zijn?
Bij de trommelaars die voorgaan in de mars, loopt de vader van een klasgenootje. Ik vertel m’n dochter dat deze mensen bijvoorbeeld geen oorlog meer willen. Dat ze willen dat iedereen zichzelf mag zijn, zonder bang te hoeven zijn voor geweld omdat de bril waar ze door kijken rozer is. Dat, in een wereld waarin de of het onbekende de schuld krijgt van alles dat misgaat, iedereen zich veilig wil voelen. En zij antwoordt – ‘Oh, dát wil ik ook.’