- 14 juli 2025
- Alfons
- 1 reactie
Vanaf een bankje in het plantsoen, bekeek ik de wereld. Bankjes. Dikwijls heb ik u verhalen verteld vanaf een bankje. Of die nu thuis stond of ergens openbaar, een bank is m’n vriend.
Verheugd observeerde ik de schoonheid van het leven. Een tweejarige gaapte een grote gaap in haar zitje achterop papa’s fiets. Een oude man wandelde met z’n linkerarm gebogen, als een schaatser, achter z’n rug en toen liepen zij langs. De jongen aan de rechterkant, een halve kop groter dan haar en samen wekten ze de indruk een stel te zijn van begin twintig. Als ANWB wapenfeit droegen ze beide een pet. Z’n linkerhand viel mij op. Deze verdween namelijk onder de elastische band van haar stoffen korte broek. Hij rustte daar op haar linker bil. De hand wist niet van wijken. Ik gaf hem geen ongelijk, haar derrière mocht er wezen, maar toch bleef het een raar gezicht.
Verder werd er geen blijk van affectie uitgewisseld en opeens dacht ik aan Siamese tweelingen. Maar hoe had hij dan z’n t-shirt aangekregen? Ze staken schuin de weg over, de hand bleef zitten. De jongen hobbelde er niet achteraan, het leek allemaal de bedoeling en misschien was het dat ook.