- 20 juli 2026
- Alfons
- 0 reacties
In het donker van middernacht struinfiets ik over de straten naar huis. Ze wacht op mij als de lichte, warme gloed aan de horizon voor de mot die ik ben. In m’n oren strijken de violen van Salvador Sobral en ze voeren mij mee in de verfilming van m’n werkelijkheid. Een andere fiets die steunend tegen de lantaarnpaal eenzaam overkomt door het schijnsel van de lichtdrager boven hem. Het park dat in z’n nachtelijke kledij toch een vertrouwde vriend vormt en zich van z’n romantische kant laat zien als zij een verliefd stel naar voren schuift dat al wandelend hun handen laat verstrengelen. En daar staat een man met een glinsterende glimlach een groot gebaar te maken voor een vrouw, die zittend op het bankje naar hem opkijkt met diezelfde liefdevolle blik als waarmee ze aanbeden wordt.
‘Dit is zo’n moment,’ denk ik bij mezelf. ‘Dit is zo’n moment waarop ik in het gras zou willen gaan liggen om m’n poriën in dit gedeelde geluk te verzuipen. Dit is de sfeer waar ik mezelf in onder wil dompelen. Dit voelt als thuis.’
De violen strijken voor het laatst, om daarna te zwijgen. Het volgende nummer dient zich aan – het gras van het Noorderplantsoen.