- 29 juni 2025
- Alfons
- 1 reactie
Toen de buurvrouw thuis kwam van een weekend weg met haar lief, vertrokken wij voor een kleine picknick in het plantsoen. ‘Het was maar één nacht, maar ik ontspande voor een week!’ prees ze de overnachting weg in de camper. Mijn lief had op haar kat gepast en nu was iedereen weer waar ze wezen moesten, behalve dat wij met langzame tred richting het gras schreden.
Tijdens de wandeling glipte onze hond de tuin van z’n speelmaatje binnen. Daar zat z’n bazin, de grappige weduwe, in haar nederige tuin een boek te lezen naast de aangelijnde hond. De hond kwispelde en Roef kwispelde terug. Zij had haar klok nog steeds in de kast staan omdat de klok alleen de wintertijd aangeeft. Met een paar maanden kon hij weer uit de kast komen.
Met z’n drieën was het prettig vertoeven in het gras, in de zon, in de schaduw, met een lach, met een dochter, met de hond, als verloofden. De oude buurman wandelde achter z’n vriendin aan, hij droeg een kussen in z’n tas mee want hij had geen zitvlees meer aan z’n kont zei hij en de bank in der A-kerk was anders te hard. Een koor van acht leden zong daar Bach en als hij z’n ogen dicht deed, was de klank zo vol als die van een grootkoor.
Op de terugweg struinden we langs onze kroeg waar het terras lonkte, maar vandaag even niet. Vandaag was gemoedelijk in onze buurt. Als een cadeau dat vanzelfsprekend lijkt, maar dat zijn cadeaus eigenlijk nooit.