Rustdag
  • 19 juli 2009
  • Alfons
  • 0 reacties

“Hoe laat zal het zijn?” Ik draai me om, kruip onder de deken vandaan en pak mijn memofoon die op de stoel naast mijn tweepersoonsbed ligt. Elf punt vijfenveertig uur geeft hij aan. “Kwart voor twaalf, dat is een mooie tijd om uit bed te komen. Volgens mij ben ik ook al eerder wakker geweest vanochtend,” maar zeker weten doe ik dat niet.
Ik stap uit bed en het hele lichaam voelt alweer fris en fruitig. Zo moet het wezen. Geen kater in mijn hoofd! Als ik naar mijn kamerdeur loop, draai ik me even linksom en kijk in de spiegel. Het enige wat ik zie is een wazige weerspiegeling van mezelf. Nadat ik drie keer knipper met mijn ogen is de waas verdwenen en ik wrijf de achtergebleven slaapkorrels uit mijn ooghoeken. Ik zie er uitgeslapen en goed uit. God verrichte goed werk toen hij mij schiep. Terwijl die gedachte mijn ego streelt, zie ik mijn computer naast de spiegel staan en ik bedenk me dat het zondag is. Dat betekent columndag, dus ik slinger de pc aan. Vervolgens laat ik de computer met rust en vind mijn weg naar de badkamer, “Kijken of ik nog moet schijten”. Ik zet mij neder en ja hoor, verrek, ik moet schijten. Mijn eerste goede daad van de dag is verricht. Keurig netjes verricht ik de tweede door mijn handen te wassen. Dat hoort nu eenmaal zo en wie ben ik om die regel te overtreden.

Één blik in de badkamerspiegel zegt mij genoeg om het scheerapparaat ter hand te nemen. Ik zal wat ploegwerk moeten verrichten. “Wat een actieve ochtend,” hoor ik mezelf verbaasd zuchten. “Nog maar net opgestaan of ik ben alweer keihard aan het werk. Ik moet wel in gedachten houden dat dit een rustdag is. Straks word ik nog moe.”

De trimmer gooi ik uit om te ploegen en een tiental minuten later ben ik klaar en aai mijn zachte gezicht. “Dat vinden de dames fijn.” Nu kan ik gaan douchen. De gel in mijn haar zit daar al vanaf donderdag. Het is sterke gel en houd mijn kapsel met gemak drie dagen in model. Vrijdag dacht ik, “Ach het gaat toch regenen, daarvoor verknooi ik geen nieuwe gel.” Achteraf bleek vrijdag best mooi weer te bieden en mijn kapsel bleef zitten waar die zat. Zaterdag is het weekend, dus waarom meer moeite doen dan nodig is en zo liet ik wederom mijn gel zitten. Het kapsel kon er immers nog mee door. Zelfs de avond in de kroeg overleefde die en wie weet, als ik niet stonk naar rook, zat de gel er nu nog in. Of niet? Ik vind het ook wel fijn om met Andrélon door mijn haren te woelen onder een lekkere warme douche. Zo gezegd, zo gedaan.

Na de badkamerrituelen gooi ik wat kleren aan het lijf en verorber drie bammetjes, zittend in de tuin, genietend van de zon. “Dat het weer zo wisselvallig is, daar kan ik bij god niet bij. Het mag hier dan wel zomer zijn, maar dat biedt geen garantie voor lekker weer. Ach, wat moet ik ook met garantie.” Zo praat ik tegen mezelf en voer hevige discussies over het wel en wee op de wereld: “Maar dat Ayaan zegt dat ze van onder besneden is, betekend niet dat het geen lekker wijf meer is!” “Jongen, jij redeneert altijd onder het motto ‘Rekt het niet, dan scheurt het wel’.”

Zo filosofeer ik er dagelijks op los in mijn eentje. En dan moet mijn dag nog beginnen. Boven op mijn kamer liggen boeken als ‘De strijd om God’, ‘De filosofie van Emanuel Levinas’ en ‘Striking thoughts’ van Bruce Lee op mij te wachten. Na zo’n actief begin van de dag, kunnen die nog wel even op mij blijven wachten. Met een leeg bord loop ik van buiten onze serre binnen en in de keuken aangekomen, leg ik het bord weg en pak een fles spa blauw. Even de nieren water geven.

Hoewel ik niks moet doen en alle tijd van de wereld heb, razen gedachten en herinneringen door mien kop. “Sjonge jonge, heb ik een rustdag, draait het verstand op volle toeren. Wat moet ik toch met mezelf aanvangen?” vraag ik mezelf af. “Wat wil ik vandaag doen? Hoe wil ik de dag benutten?” Nadat ik mezelf die vragen stel, galmt er alleen nog maar stilte in de kop. Geen gedachte meer die langs de oren raast. “Ja hoor, zul je zien. De hele tijd is het druk in mijn hoofd, maar als ik om antwoorden verlegen zit, heerst er stilte.” Maar voordat ik er boos om kan worden, luidt er in de verte van diezelfde stilte een klepel waarin het antwoord geborgen ligt. De stilte is het antwoord. Vandaag is een rustdag herinner ik mij. Laat ik genieten van de stilte in mijzelf. Daarin ligt de ware rust.

Er zijn nog geen reacties