- 18 mei 2026
- Alfons
- 0 reacties
‘Potverdikke, dit was niet de afspraak!’ Wij zetten het op een lopen, snel naar de kroeg, de dichtstbijzijnde schuilplaats. Ik stak de weg over en voelde de lijn strak staan. ‘Hoezo?’ dacht ik bij mezelf. ‘Waarom staat de lijn tot het uiterste gespannen?’ Ik keek naar links en zag de hond nog aan de overkant van de straat, in misère mokkend op de stoep. Hij houdt niet van regen. De lijn hing ondertussen gespannen over de weg. ‘Hé jong, gek, kom hier!’ en ik haalde de lijn binnen.
‘Is het droog?’ vroeg ik vijf minuten eerder en m’n dochter bevestigde dat het droog was. Tussen de buien door wilde ik de hond uitlaten om droog thuis te komen. We waren de bocht nog niet om of de hemel kletterde op ons neer. Roef school tussen m’n benen en ik leunde tegen de stam van een boom, hopende dat z’n kroon ons droog zou houden. ‘Als het weer gaat regenen, dan schuilen we in de kroeg,’ had ik de dames verteld.
Dus daar zat ik, met een Nobeltje en een glas water te kijken naar de wereld om mij heen. Buiten dikke druppen, binnen keek ik naar het theater van de kroeg. Ik genoot.