Suzan en Freek
  • 1 juni 2025
  • Alfons
  • 0 reacties

Het is niet mijn verdriet, maar ik voel wel tranen. Het begroot me zo en ik probeer een hart onder hun riem te steken.

Ik beeld me in dat ze naar hem kijkt met een brok die niet weg te slikken is. Het besef dat hij zal sterven. Zo’n knappe kerel, te jong en het is niet eerlijk. Hun Achterhoekse oprechtheid laat me, het liefdevolle beeld dat ik van hen heb, geloven. Dat de liefde die ze uitstralen waar is. Dat ze elkaar missen als ze niet bij elkaar zijn. Ze zijn samen zo mooi om naar te kijken dat het me vervult van het zoete dat het leven te bieden heeft.

Hij zal afscheid moeten nemen van haar. Van het leven. Hopend dat hij de geboorte van hun baby nog mee mag maken. Ik kan breken van verdriet als ik mij hun lot inbeeld. De jongen die er altijd was, die vanzelfsprekendheid. Met al z’n onschuld, grapjes en ondeugd. Hoe hij is wie hij is en dat die vertrouwdheid haar langzaam doch zeker zal ontglippen. Dat de lucht uit hun longen geslagen werd door het nieuws. De arts die het ze niet vertellen wilde, maar verplicht was om het toch te doen. Die misschien ook steun nodig had achteraf.

Waar moet je het zoeken als je alles waar je op vertrouwde opeens los moet laten? Hier ben je niet op voorbereid. Geen mens. En als je dit dan toch door moet maken, dan met niemand anders dan met jou. Waar vind je troost? Er is slechts machteloosheid omdat hij haar dat niet kan geven en zij hem niet. Opeens schiet hem te binnen dat de tijd alle wonden heelt en daar moet hij in geloven als troost voor haar. Ook al heeft hij die tijd niet, hij hoopt alleen maar dat zij die tijd wel krijgen zal omdat dat een troostende gedachte is. Dat zij niet alleen achter zal blijven en dat zij de mooiste moeder van z’n kind zal zijn die hij z’n kind kan wensen. Dat zij samen hem hun hele leven zullen herdenken door de vele herinneringen die hij voor hen achterliet.  

Het zal een groot gemis zijn als hun wegen zich scheiden. Een verplicht afscheid dat niemand wil, maar je machteloos moet toestaan. Ze zitten er midden in. Opeens is de tijd samen dierbaarder geworden.

Er zijn nog geen reacties