- 27 april 2026
- Alfons
- 0 reacties
Op een reclamebord zag ik staan dat je een prijs kon winnen – ’20 jaar lang E250.000,-’ Als je kans op die prijs wilde maken, dan moest je een staatslot kopen. Ik heb hem niet gekocht, ik denk dat als ik win, ik direct stop met werken en nog luier word.
Geld lijkt een stok te zijn die mij in beweging ‘slaat’ en als ik niet meer voor mijn geld hoef te werken, dan vraag ik me af ik nog iets nuttigs zal doen. Toen Sjakie en ik daarbij stil zaten voor het kampvuur, schoot mij niet iets te binnen wat ik perse moest kopen om gelukkiger te zijn. Het geld delen door samen met vrienden of familie iets te doen of ze te helpen, dat leek ons waardevol.
De aantrekkingskracht van de prijs zal liggen in het niet hebben van financiële zorgen. Dat klinkt best rustgevend. Maar rijk zijn, betekent niet dat je geen zorgen hebt en ‘zorgenmakers’ kunnen zich altijd ergens zorgen over maken. Dus zij vinden wel nieuwe zorgen ook al zijn ze rijk.
Waarom vertel ik dit ook alweer? Oh ja, Sjakie zei dat hetgeen je zou willen doen als je die prijs won, dat dat is wat je nu al zou ‘moeten’ doen. Dat klonk wijs.